Een ongrijpbare rammelaar

Toen ik een klein jochie was, hadden we thuis twee konijnen.rammelaar
Een witte met rode oogjes (een zogenaamde roodoog pool) en een grijze.
Ze zaten samen knus in een hok met twee verdiepingen.
Het waren twee mannetjes.
Of beter: twee rammelaars.
Dat knusse was overigens van korte duur, want toen beide heren eenmaal
geslachtsrijp waren, begon de ellende.
Het witte exemplaar had namelijk ontdekt,
dat ie zijn paringsdrift prima op zijn grijze soortgenoot kon botvieren.
Wij hadden al het vermoeden dat de grijze rammelaar het hier niet helemaal mee eens was,
want alvorens het pooltje zijn driften kon bevredigen,
vond er altijd eerst een flinke achtervolgingsrace plaats in het hokje.
We besloten het echter even aan te kijken, wij opvoeders.
Er kon immers nog iets moois tot stand komen tussen die twee.
Je weet het niet..

Helaas bleek al snel dat de grijze ram toch niet echt verguld was met de rol
die zijn witte soortgenoot hem had toebedeeld.
Hij begon begrijpelijkerwijs van zich af te bijten
en zette zijn tanden in alles wat maar in de buurt bij ‘m kwam.
Dit kon zo dus niet langer.
Mijn vader bracht daarom vakkundig een scheidingswandje aan in het hok,
zodat beide harige zoogdieren voortaan hun eigen veilige woonruimte hadden.
Probleem opgelost, veronderstelde dit kleine jochie.
Niet dus.
De witte pool miste nu zijn speeltje en het triplex tussenschotje
bezorgde het grijze rammelaartje niet de gewenste geborgenheid.
En al helemaal niet meer toen het witte mormel, in al zijn drift,
hier een gat in had gebeten en zijn buurman met een verrassingsbezoek vereerde.
Tsja..

Gelukkig werd hierna een soort Berlijnse muur in het hok fabriceert,
zodat een onvrijwillige hereniging niet meer mogelijk zou zijn.
Als eerste verzorger kon ik me nu weer bezig houden met de dagelijkse verzorging van dit duo.
Deel voor deel verschoonde ik dan hun hok en aaide ze om de beurt.
De roodoog onderging dit geknuffel altijd dankbaar en kon urenlang op schoot blijven zitten.
Zijn grijze buurman had hier iets meer moeite mee,
en kon -uit het niets- genadeloos met zijn tanden naar me uithalen.
Keer op keer.
Een kleine veertig jaar later herinneren diverse littekens op mijn handen me hier nog altijd aan.
Het beestje en zijn gedrag intrigeerde me mateloos.
Soms liet hij zich gewillig aaien, maar een volgende keer hapte ie er dan weer lustig op los.
Volstrekt onberekenbaar, dit grijze bolletje.
Ongrijpbaar.
En juist dat ongrijpbare had mij gegrepen.

‘Als ik er maar genoeg liefde instop’, was mijn redenatie,
‘dan moet het toch goed komen met hem!’
Die gedachte bleek naïef, want hij bleef me bijten.
Steeds maar weer.
Het kwam ook niet goed, tussen ons,
alhoewel ik de enige was die ‘m in ieder geval af en toe nog mocht en kon aaien.
Het arme beessie was getraumatiseerd door een ogenschijnlijk onschuldig, doch knuffelbaar wit mannetjeskonijn.
Ik moest ‘m niet meer, die witte.
De schijnheil.
‘Zich eerst als een horrorkonijn uitleven op zijn grijze kompaan,
om daarna met een schijnheilige en hypocriete snoet kopjes te gaan zitten geven.’
‘Tsss..’

Wat ik ook probeerde, de grijze ram bleef me bijten.
En ik stond het toe.
Ik had immers gezien hoe lief ie ook kon zijn
en verlangde ernaar de zonnige zijde van mijn harige vriend weer te zien stralen.
Tevergeefs.
Die zou ik niet meer zien..
Op een goede dag wilde mijn vader hem voeren
en werd onmiddellijk aangevallen door ‘m.
Mijn pa was niet het type van pappen en nathouden en nam daags erna al maatregelen.
Hij liet ‘m vrij in de bossen van Gaasterland en sprak hierbij de gedenkwaardige woorden:
‘zo, beestje, als wij je dan niet gelukkig kunnen maken, vind dan het geluk ergens anders maar‘.

Zo’n veertig jaar later,
al wandelend door de bossen,
niet ver van mijn woonplaats vandaan,
herinner ik me
-plots, dankzij een wegschietend konijn-
deze wijze levensles
van wijlen mijn vader
en weet
dat ik de juiste
keuze heb
gemaakt,
maar voelt
het als een nederlaag.


Tags: , , , , ,
Copyright © Prettig Mijmeren 2015. All rights reserved.

Gepubliceerd5 november 2014 door Gerard in categorie Dieren, Liefde, Mijn favoriete mijmeringen

8 thoughts on “Een ongrijpbare rammelaar

  1. Appelvrouw

    Toch opvallend dat wij mensen een aaibaar ogend dier ook willen aaien.
    Als ik een konijn was zou ik ook bijten!

    Nou, het beesie zal zich hopelijk goed vermaakt hebben in de echte konijnenwereld, zonder aangerand te worden.

    Antwoord
  2. Wondelgijn

    Ach, dat arme konijn! Wij hadden vroeger ook twee konijnen thuis. Twee vrouwtjes. Dachten we… tot we terug kwamen van vakantie en er ineens twee hokken in de tuin stonden. Een met vaderkonijn (tegen het opeten) en een met mamakonijn en haar 4 jongen… 😉

    Antwoord
  3. christa

    Oh,kan me het nog helemaal voor de geest halen. Wat een drama tussen die twee. Maar heeeel misschien heeft ie in de bossen the love of his life ontmoet….

    Antwoord

Prettig als je een reactie achterlaat!